R.F. van Kampenhout, verzetsstrijder.

Reinier Franciscus van Kampenhout (188.) en zijn vrouw Jobje Barnhorn (194.) waren in de Tweede Wereldoorlog zeer actief als verzetsstrijder. Zij redden samen met Leesha Rose, vele joodse kinderen van de deportatie. Reinier van Kampenhout was werkzaam in de bouw en lid van de gemeenteraad van Oegstgeest voor de SOAP (Sociaal-democratische arbeiderspartij). Reinier maakte deel uit van de ‘TaIboo-groep’, en onder de schuilnaam Frits van Dongen. bracht hij onderduikers onder op en voorzag hen van bon-kaarten voor de levensmiddelendistributie. Deze bonkaarten werden verkregen door fraude, ‘terwille van de goede zaak’ door distributieambtenaren en/of overvallen op distributiekantoren. Zulke overvallen werden uitgevoerd door de Knokploegen (KP), die samenwerkten met de organisaties ‘Tot hulp aan onderduikers’. Op 9 november 1943 bij een overval, door de KP Koog-Bloemwijk uitgevoerd op het distributiekantoor in Oegstgeest, maakte Reinier deel uit van het beveiligingskordon. Ook in eigen huis hebben Reinier en Jobje enige tijd Joden in veiligheid gebracht. Op 19 januari 1945 worden beiden opgepakt. Reinier is volgende dag gefusilleerd in Kamp Amersfoort. Jobje gaat naar de strafgevangenis in Scheveningen, beter bekend als ‘het‘Oranje hotel’. Vanwege ziekte wordt ze daarna overgebracht naar een verpleegtehuis in Den Haag waar ze, vlak voor de bevrijding op 27 april 1945 komt te overlijden.

Na de oorlog heeft Leesha Rose het boek ” De Tulpen zijn rood” geschreven.
Hierin wordt ook de verzetswerkzaamheden van Reinier en Jobje beschreven.

Op 25-03-1980 wordt Reinier in Israël postuum geëerd. Neefje Reinier (329.)is in het bezit van het aan (oom) Reinier verleende Oorlogsherinneringskruis.


Op 11-02-1998 wordt er op de grens van Leiden en Oegstgeest een straat naar hem vernoemd. Mede tot stand gekomen door medewerking van Wil Stavleu-van Kampenhout (260.)

Opde lijst van gevallenen tijdens De TweedeWereldoorlog wordende namen van Reinier en Jobje vermeldt. Zie ook via www.erelijst.nl